Kernbegrippen in ITIL 4 (deel 1)

In hoofdstuk 2 van ITIL 4 Foundation boek worden een aantal basisbegrippen uitgewerkt. De definitie van servicemanagement is hetzelfde gebleven: ‘een set van gespecialiseerde organisatorische vermogens (capabilities) voor het leveren van waarde aan klanten in de vorm van diensten’ (pagina 6). Vervolgens wordt stil gestaan bij de begrippen waarde (value) en co-creatie (co-creation) en hier begint het wat spannender te worden.

De auteurs hebben blijken hun oor o.a. te luisteren te hebben gelegd bij CoBIT 5.  Dit framework (zie voor meer informatie https://www.isaca.org ) is bedoeld voor het inrichten van IT Governance en de daarmee samenhangende IT. Een centraal idee in CoBIT 5 is dat een organisaties waarde moet opleveren voor haar stakeholders (belanghebbenden). Dit idee is overgenomen in ITIL 4 in de vorm van een key message waarmee de paragraaf over waarde en waarde co-creatie mee begint: ‘The purpose of an organization is to create value for stakeholders’ (pagina 7).

Het begrip waarde wordt vervolgens gedefinieerd als ‘de waargenomen voordelen, bruikbaarheid en belang van iets’ (pagina 7). `Tot zover niets nieuws onder de zon, maar vervolgens wordt het begrip co-creatie geïntroduceerd. In de toelichting valt te lezen dat ‘organisaties in toenemende mate onderkennen dat waarde tot stand komt door een actieve samenwerking tussen ‘providers’ en ‘consumers’ (zo dadelijk over dit begrip meer), als ook andere organisaties die deel uitmaken van de relevante service relaties. Tot op zekere hoogte komt dit idee al aan de orde in het ITIL V3 Service Strategie boek, waarin wordt gesproken over ‘value networks’, die omschreven worden als ‘een complexe verzameling van relaties tussen twee of meer groepen of organisaties. Waarbij waarde tot stand komt door middel van een uitwisseling van kennis, informaties, goederen of diensten’.

Volgens Wikipedia (https://nl.wikipedia.org/wiki/Co-creatie) gaat het idee van co-creatie overigens al aardig wat jaren terug. Sinds 2000 wordt volgens het betreffende artikel in Wikipedia het begrip gehanteerd in de marketingwereld om bij ‘interactieve productontwikkeling’ te beschrijven, waarbij consumenten in staat gesteld worden om bij te dragen aan de ontwikkeling van een product. In ITIL 4 lijkt dit idee echter vooral betrekking te hebben op de noodzaak om in een steeds meer digitale wereld een intensieve samenwerking tot stand te brengen tussen de business aan de ene kant en IT aan de andere kant om zo producten en diensten tot stand te brengen, die waardevol zijn voor de business en haar klanten. Een gedachtegang die ook als een rode draad door aanpakken als agile/scrum, lean en devops loopt. Het strakke onderscheid in ITIL V3 tussen business services en IT-services lijkt met de introductie van het co-creatie concept in ieder geval van de baan te zijn.

Een nieuwe rol in ITIL4 is die van de service consumer. Hierover wordt in de vorm van een key message gesteld dat als een organisatie diensten ontvangt, deze organisatie dan de rol invult van service consumer (pagina 10). In de toelichting valt te lezen dat het om een generieke rol gaat, die bedoeld is om ‘de definitie en beschrijving van de structuur van service relaties te vereenvoudigen’ (pagina 10). Overigens wordt hier vervolgens aan toegevoegd dat er in de praktijk meer specifieke rollen betrokken zijn in service consumptie, zoals de gebruiker, de klant en de sponsor (degene die het budget voor de service consumptie autoriseert). Hier lijkt leentjebuur te zijn gespeeld bij het VeriSM framework, waarin de begrippen (service) consumer en (service) provider centraal staan.

Naar mijn idee is er op zijn minst sprake van een spanningsveld tussen aan de ene kant de nadruk op co-creatie en aan de andere kant het idee dat diensten geconsumeerd worden. Consumeren wil zeggen dat iets verbruikt wordt dat door een andere partij wordt geproduceerd. Hoe zich dat verhoudt dat het idee van interactieve productontwikkeling en diensten die in interactie tot stand komen is mij niet duidelijk. Of wordt eigenlijk bedoeld dat co-creatie zich afspeelt tussen IT en de business en de resultaten daarvan in de vorm van ‘service offerings’ door de afnemende partij geconsumeerd worden?

Rene Visser

3 maart 2019

ITIL® 4 What’s new

Nu het ITIL® 4 boek in de winkel (om precies te zijn in de TSO e-shop) ligt is het tijd om stil te staan bij alle veranderingen t.o.v. de vorige versie. Ik wil dit doen in een aantal blogs waarin ik de verschillende onderdelen van het nieuwe framework onder de loep zal nemen.

Het meest in het oog vallende verschil t.o.v ITIL® V3 (editie 2011) is dat afscheid is genomen van het levenscyclus idee. In de vorige versie is het framework opgebouwd op basis van de service levenscyclus, die uit een 5-tal fasen bestaat:

  • servicestrategie , waarin besloten wordt welke nieuwe, aangepaste of in te trekken  diensten ontwikkeld moeten worden;
  • service-ontwerp, waarin het ontwerp en de ontwikkeling van de dienst gerealiseerd wordt;
  • servicetransitie, waarin de dienst gebouwd, getest en uitgerold wordt;
  • serviceproductie, waarin de dienst daadwerkelijk geleverd wordt en
  • continue service verbetering waarin er voor zorg gedragen wordt dat in alle fasen van de levenscyclus er voldoende aandacht besteed wordt aan de continue  verbetering van de  diensten en van alle fasen en processen waarin de diensten tot stand komen.

Centraal in ITIL® V3 staan processen, die in hun onderlinge samenhang, invulling geven aan alle te verrichten activiteiten over de hele levenscyclus heen. In totaal zijn in ITIL® V3 26 processen opgenomen, die verdeeld zijn over de 5 fasen van de levenscyclus. Daarnaast wordt ook nog stil gestaan bij een viertal organisatorische functies, die ieder een noodzakelijke bijdrage leveren aan het realiseren van de gewenste dienstverlening.  Gevisualiseerd levert dat onderstaand plaatje op:

De service levenscyclus met 26 processen en 4 functies.

Bron: IT-servicemanagement op basis van ITIL® 2011 Editie (2013)

In ITIL® 4 komt het begrip ‘service lifecycle’ nog wel voor, maar vormt niet meer de basis voor het framework. In plaats daarvan is het begrip ‘service value system’ gekomen. Het service value system is een model dat weergeeft hoe alle componenten en activiteiten van een organisatie samenwerken om waarde creatie mogelijk te maken.

Het service value system

Bron: ITIL® 4 Foundation (2019)

Dit nieuwe framework heeft ook geleid tot een nieuw certificeringspad. Het huidige ITIL® v3 certificeringspad is zeer uitgebreid. Het bestaat uit de ITIL® Foundation, Practitioner, de vijf Lifecycles, vier Intermediates én de Managing Across the Lifecycle training. Voor elke certificering kun je een bepaald aantal punten halen. Bij 22 punten (inclusief de MALC) kun je jezelf ITIL® Expert noemen. In ITIL® 4 komen twee certificeringspaden; de ITIL® Managing Professional (vervanger van de ITIL® Expert) en de nieuwe ITIL® Strategic Leader. Als je beide titels hebt, dan kun je jezelf ITIL® Master noemen! Het puntensysteem is dus komen te vervallen.

ITIL® Foundation blijft de basis voor beide certificeringspaden.

Bron: https://www.pinkelephant.nl/actueel/het-nieuwe-ITIL®-4-certificeringspad/

De ITIL® 4 certificering is beschikbaar gekomen vanaf 28 februari jl. De daaropvolgende niveaus komen in de tweede helft van 2019 beschikbaar. Dit geldt ook voor de boeken. In tegenstelling tot ITIL® v3 zijn niet alle nieuwe boeken die tot de kern bibliotheek behoren tegelijk gepubliceerd. In de loop van het de tweede helft van 2019 zullen de andere boeken volgen. Welke titels dat precies gaan worden is echter nog niet helemaal duidelijk.

In de volgende blog wil ik ingaan op hoofdstuk 2 van het ITIL® 4 Foundation boek, waarin de kernbegrippen van servicemanagement worden toegelicht. We zullen zien dat er een paar begrippen hetzelfde zijn gebleven, maar diverse begrippen een andere invulling hebben gekregen of zelfs helemaal nieuw zijn.

René Visser

25 februari 2019